“Fisher Price reject” is nog één van de mildere beledigingen die mijn Holga al naar haar hoofdje geslingerd kreeg. Toegegeven, het plastiek en de snoepkleurtjes boezemen weinig vertrouwen in. Moet dat ding een camera voorstellen? Waar zit de zoomlens dan? Je kan de ISO niet aanpassen of wat? En hoe stel je hier in godsnaam je scherptediepte in? Wel, nergens, nee en niet. Je mikt, duwt op het knopje en laat de rest aan het toeval over. Je moet lekker ouderwets een heel rolletje opschieten, dat übervoorzichtig inpakken, buitenshuis laten ontwikkelen en de dagen aftellen tot je langs de fotograaf mag om de (vierkante!) negatieven te bekijken. Good times.
Een Holga is een goedkope, minimalistische camera uit Hong Kong met een plastieken lens en een wieltje om je 120mm-filmpje na elke foto manueel mee door te draaien. De naam is een Europese verbastering van het Kantonese “Ho gwong”, dat zoveel betekent als “heel licht”. Ondanks het rolletje zwarte tape dat je bij aankoop in je handen gestopt krijgt om de verschillende onderdelen bijeen te houden, is zo’n camera fundamenteel krakkemikkig. Overbelichte en onscherpe beelden zijn standaard. En net dat is de Holga-filosofie: aanvaard dat je foto’s verre van perfect zullen zijn. Leer leven met de onvoorspelbaarheid, de mislukkingen, de foutjes. Controlefreaks, gelieve zich te onthouden.
Eerlijk is eerlijk, als ik met hoge verwachtingen en kinderlijk plezier een rolletje van twaalf foto’s binnengooi bij de fotograaf en na dagenlang wachten hoop en al vier bruikbare negatiefjes terugkrijg, kan de ho gwong even mijn diafragma kussen. Geld, tijd en moeite geïnvesteerd, en waarvoor? Voor zwarte gaten (stomme lensdop), ongelukkige flous en gruwelijke overlappen (als je het wieltje niet doordraait kan je naar hartelust beelden overeen schuiven. Soms geeft dat pareltjes, soms Frankensteintjes). Wat een verschil met die hyperfunctionele spiegelreflexcamera, barstend van de instellingen en met dat handige vuilnisbak-knopje dat een miskleun met twee klikjes de vergetelheid inflitst.
Toch blijf ik haar charmant vinden, mijn koppige Holga. Ze heeft me al een paar mooie prints geschonken, leuke portretten (zelfs de meest lensschuwe angsthaas zet zich met een milde blik te kijk voor dat grappige machientje) en spontane conversaties met geamuseerde voorbijgangers. New York in zwart-wit, Barcelona in kleur, en mijn eigen achtertuin badend in het licht. Dat de beelden zich niet zomaar gewonnen geven maakt ze eigenlijk alleen maar waardevoller. Is het na slow food en slow fashion niet ook eens tijd voor slow photography?
Het Fotomuseum in Antwerpen biedt deze zomer een workshop lomografie aan, op vrijdag 23 juli.



15/06/2010 om 15:16
IK vind het wel leuk. Zelf heb ik ook al mooie resultaten met zo’n camera’tje verkregen.